Belevingswaardenonderzoek

Het Nederlands grondgebied wordt steeds intensiever gebruikt; ruimte wordt schaars.
Mede daardoor hecht de samenleving tegenwoordig veel waarde aan de leefomgeving. En dit leidt ertoe dat de kwaliteit van het leefmilieu, nadrukkelijker dan ooit, een plaats krijgt in planvormingsprocessen.

Maar wat is ‘kwaliteit’, en wie bepaalt dat?
In veel planprocessen wordt de kwaliteit van de leefomgeving meegenomen door deze te toetsen aan vigerende beleidskaders; wetten, regels en voorschriften. Dat is nuttig en nodig, maar ook eenzijdig. Want wet- en regelgeving sluiten niet altijd naadloos aan bij wat burgers als zinvol, belangrijk en waardevol beleven.

Belevingswaardenonderzoek biedt hiervoor een oplossing.
Belevingswaardenonderzoek brengt in beeld hoe burgers aankijken tegen de kwaliteit van hun leefomgeving. Hoe ervaren zij  hun omgeving, welke waarden spelen daarbij een rol en welke effecten hebben fysieke ingrepen op deze belevingswaarden? Belevingswaarden kunnen betrekking hebben op alles wat de burger om zich heen ziet, hoort of ruikt, maar natuurlijk ook op wat de burger meent te weten of eenvoudig zo ‘voelt’.

Een beproefde methode van belevingswaardenonderzoek is het model van Rijkswaterstaat. Het model, dat onder auspiciën van de Dienst Verkeer en Scheepvaart door een selecte groep externe bureaus wordt toegepast, wordt gekenmerkt door de zorgvuldigheid van de opzet. Zorgvuldigheid die past bij de planvorming door overheidsinstanties. Het model is als volgt opgebouwd:

  • Actorenanalyse (ook wel omgevingsanalyse): gesprekken met experts en bronnenstudie;
  • Verkennend belevingswaardenonderzoek: kwalitatief onderzoek in de vorm van diepte-interviews met burgers;
  • Het relatieve gewicht van de belevingswaarden: kwantitatieve enquête onder een representatieve groep burgers;
  • Effectbepaling: de vertaling van belevingswaarden naar te verwachten effecten van een ingreep in de leefomgeving.

Doel
Het onderzoek biedt inzicht in de belevingswaarden in een leefomgeving en in de verwachte effecten daarop van infrastructurele ingrepen. Het onderzoek leidt  tot concrete aanbevelingen  voor ruimtelijke inpassings- en inrichtingsvraagstukken. In die zin vormt het onderzoek een onderdeel van de beleidsvoorbereiding. Maar er is meer over te zeggen.

De burger als partner
Ruimtelijk beleid zonder directe inbreng van de burgers is heden ten dage bijna ondenkbaar. De burger wordt steeds meer gezien als partner in het beleidsproces.
Belevingswaardenonderzoek geeft hieraan inhoud door alle mogelijke gebiedsgebruikers bij de inventarisatie van belangen en belevingswaarden te betrekken . En dus niet alleen ‘beroepsprocedeerders’. Daarmee vormt het belevingswaardenonderzoek een nuttige aanvulling op gangbare inspraak- en open planprocessen.
Bovendien levert een belevingswaardenonderzoek aanknopingspunten voor de communicatie tussen overheid en burger; wat weten de mensen, wat willen ze weten, en hoe en door wie willen ze de informatie aangeboden krijgen?

Projecten
Ergo heeft de laatste jaren veel ervaring opgedaan met belevingswaardenonderzoek en actorenanalyses, zowel in opdracht van Rijkswaterstaat als voor andere overheden en voor instanties als de Vereniging Natuurmonumenten. Voorbeelden zijn studies in verband met de aanleg van de Tweede Maasvlakte en de inrichting van de Deestse en Afferdense Waarden. Recent is een actorenanalyse afgerond in verband met de verbreding en inpassing van de A2 tussen Amsterdam en Utrecht. Momenteel werkt Ergo aan een belevingswaardenonderzoek in het kader van de planstudie doortrekking A15 (in opdracht van projectbureau ViA15).

Handleiding belevingswaardenonderzoek
Ergo heeft op verzoek van en in samenspraak met Rijkswaterstaat in 2006 een practische handleiding ontwikkeld voor de uitvoering van belevingswaardenonderzoek.

Klik hier voor meer informatie over de projecten bij het Ministerie van Verkeer & Waterstaat.